Vandaag appte ik mijn vrouw dat ik een stel op een verlaten terras zag zitten. Ze zaten naast elkaar – een veeg teken – en keken zwijgend in twee identieke regenjassen, grijs en met reflecterende banen op rug en mouwen, wezenloos de druilerige wereld in. Ik schrok ervan.
Het appbericht besluitend vroeg ik haar te waken voor het gevaar van een soortgelijk insluipende sufheid in onze relatie. Een relatie waarvan ik vind dat het er een van dynamiek moet zijn, van hunkeren en onbegrensde liefde. Maar ook van gelijkwaardigheid en wederzijds respect. Ze wees me fijntjes op het blauwe shirt – met ronde hals en vaaghippe opdruk– dat ik begin deze week droeg. Maar dat vond ik echt heel anders.
Thuisgekomen met het beeld van de man en vrouw nog in mijn hoofd, overdacht ik bij de wekelijkse strijk – de nieuwe bout strijkt heerlijk! – het een en ander. Ik voelde me betrapt op zelfingenomenheid, arrogantie en een vorm van omgekeerde narcisme. Wie ben ik om zo te oordelen, mijn individualiteit zo voorop te stellen? Waarom schrik ik van de man en de vrouw die in fleece-sportpak op twee Gazelles – beide zonder stang en met trapondersteuning- en verpletterend witte hardloopschoenen heel gelukkig lijken te zijn. Waarom wantrouw ik toch altijd dergelijk geluk? Wie van de twee is zijn, haar eigenheid verloren of zichzelf volledig kwijt geraakt gedurende hun dynamisch-hunkerend-en-onbegrensd geluk? Welke van de twee stemde vrolijk in met het idee ‘twee voor de prijs van een en doet u er maar een paraplu bij’?
Zorgvuldig een minuscuul slipje vouwend, is het alsof ik buiten mezelf treed. Ik zie mezelf achter de strijkplank staan. Al jaren vouw ik de handdoeken op dezelfde manier en strijk ik de pantalons binnenstebuiten. Want geen zelfrespecterende man van de wereld draagt zijn pantalons glimmend.
De hedendaagse man strijkt, kookt, zet thee, luistert zonder te praten, vraagt door en complimenteert. Wanneer bereik ik mijn ‘kantelpunt’ dat ik vanuit deze metro-mannelijkheden doorsla naar zelfverloochening? De schrik slaat om het hart als ik bedenk hoe vaak ik dat punt, dat schrikbeeld, al benaderd heb in vorige relaties. En nu?
Onder het bijvullen van mijn heerlijke strijkbout beloof ik mezelf dat ik vanavond mijn vrouw alle hoeken van ons appartement laat zien. Al trekt ze regenjas aan of een trui tot over haar knieën, ik accepteer geen ingeslopen sufheid in onze relatie.
Nou ja, als er vanavond geen nieuwe strijk voor me klaar ligt tenminste.